De beklemde elite en André Hazes

2 oktober 2004, Lecture

Nee, een koffie-met-cake-begrafenis was het bepaald niet. Was het Arena-Afscheid van André Hazes daarom zo bijzonder? Natuurlijk. En ook omdat deze live tv-avond bijna iedereen verraste. Ook de twijfelaars – ‘kist op de middenstip?’ – werden vanaf het begin van de uitzending overrompeld door de echtheid, liefde en vriendschap die de huiskamer instraalden.

Het besef dat ongetwijfeld ook commerciéle drijfveren een rol speelden bij concertorganisator Mojo en platenlabel EMI – ‘dvd!’, ‘posthume nummer 1-hit!’ – raakte snel ondergeschikt aan deze verrassing over wat vrienden voor iemand kunnen organiseren. Hoe perfect, zelfs gelikt georkestreerd en geregisseerd ook, à la Hollywood, er was bij de sprekers en muzikanten tegelijkertijd nauwelijks of geen onechtheid of tv-trucje te bekennen, ook al was de ceremoniemeester de geroutineerde stadionomroeper zelf.

Het was in mijn ogen ook en vooral om een andere reden zo’n bijzonder afscheid. Al tijdens de uitzending werden ‘deskundigen’ gebeld om de diepere betekenis van deze ‘megarouwshow’ te verklaren. En dat ging de hele week zo door in de media, van sociaal-psychologen en cultureel-antropologen tot de godsdienst-socioloog aan toe. En alle afgesleten woorden als hype en hysterie, ‘volk’ en pseudo-religiositeit werden weer geuit. Ze missen de kern. De kern van de kwestie-van-de-week was die verbazing of verbijstering bij zovele commentatoren zelf. Beseften zij plotseling dat ze op deze avond ook afscheid moesten nemen van de illusie dat de elitecultuur nog altijd dominant is over de volkscultuur?

Ik vermoed dat dit voor de leden van de culturele elite – daartoe reken ik iedereen die zich verbaast over het Hazes-effect – de werkelijke schok was. Een van de sprekers riep in herinnering hoe een dialoogje met Hazes, die hardop aan het rijmen was, verliep: ‘Ik zag je op het perron, ik wou dat ik je kon’. ‘Eh, dat is geen Nederlands, André’. Een sleutelpassage, met deze vraag als kern: wie bepaalt wat ‘Nederlands’ is, wat ‘cultuur’ is en ‘goede smaak’ en wat niet? De culturele elite of de massa? Het antwoord was loud and clear: de massa. Die blijkt niet met de moord op Fortuyn in het niets te zijn opgelost, maar lijkt nu wel het hele land te hebben overgenomen met zijn eigenaardige gedrag, culturele en sociale voorkeuren, en vooral sentimentaliteit. Dit was de schok, dat er buiten hele andere dingen blijken te gebeuren dan binnen in de redactieruimtes of universitaire studeerkamers vermoed wordt.

Het was dezelfde culture clash als bij Fortuyn, tussen ‘dat soort volk’ en ‘ons soort mensen’, het weldenkende deel der natie. Als bewijs voor deze stelling hoeft men, via de krantendatabank, maar terug te bladeren tot 26 mei 1995, de dag na de begrafenis van de beroemde kinderboekenschrijfster Annie M.G. Schmidt. Met haar zelf geregisseerde uitvaart zette zij een trend in die gevolgd werd door steeds bontere begrafenisstoeten – Manfred Langer, Peter Giele, Sam Klepper, Miles Stutterhelm, Herman Brood, Pim Fortuyn – en die deze week een voorlopig hoogtepunt beleefde met een volle Arena voor André. Het bewijs ligt niet in de wijze van uitvaart, maar de reacties erop in de kranten. De schrijfster wilde niet per auto, maar per rondvaartboot, over de Amstel naar Zorgvlied. Niet in het zwart, maar in het roze, en alles zo feestelijk mogelijk. En zo gebeurde het, roze, paarse en zomerse kledij alom. ‘Wie niet beter wist zou zich op een bijeenkomst van de Bhagwan wanen’, schreef NRC Handelsblad.

Tijdens de dienst werd er meer gelachen dan gehuild. Als afsluiting klonk een medley van bekende versjes en liedjes die Harry Bannink samen met de schrijfster had samengesteld. ‘De menigte die ze buiten via de luidsprekers volgde, wist er onmiddellijk de woorden bij. Eerst nog wat aarzelend, toen steeds harder zongen de begrafenisgangers ‘Schipbreukeling’ en ‘Op een mooie Pinksterdag’. Sommigen waagden er zelfs een dansje bij. Zo werd het toch nog feest’, aldus de verslaggever van Trouw Jolan Douwes. Hij oordeelde over het geheel: ‘Bij een recalcitrante schrijfster hoort nu eenmaal een begrafenisstoet met een eigen wil’. Wat een contrast tussen de ernst en instemming waarmee de kwaliteitskranten de feestbegrafenis beschreven, en de half-geschokte reacties nu op die ‘uitbarsting van massa-emoties’ rond het zingende icoon Hazes!

Het tweede contrast is het aantal begrafenisgangers. Bij Annie M.G. Schmidt zo’n 300, minder dan was verwacht. Bij André Hazes zo’n 50.000, en vijf tot acht miljoen tv-kijkers, ‘iets’ meer dan verwacht. Het grote verschil tussen beide uitvaarten was dus niet het bonte karakter ervan, maar de angst bij sommige commentatoren dat de ‘volkscultuur’ de ‘oude elitecultuur’ en de ‘gemoderniseerde elitecultuur’ van de VPRO van Annie M.G. Schmidt, sinds maandagavond definitief heeft verdreven. Verslagen, om in Arena-termen te blijven. Alsof, het hele gebouw van de Verlichting en het Beschavingsoffensief, de Canon en de High Culture (inclusief de anti-autoritaire variant) in één avond aan diggelen is gegaan. En de volkse (en dus gevaarlijk geachte) Romantiek, met zijn anti-intellectuele sentimentaliteit en weigering een rationele verantwoording af te leggen voor gedrag of smaak, heeft gezegevierd.

Al in 1972 sprak de vroegere kunstpaus van NRC Handelsblad, K.L.Poll, van ‘de beklemde elite’. Hij doelde op ‘de oude elite’, en streed tegen de modieuze egalitaire opvattingen van de ‘anti-elitaire elitebladen’ uit die tijd. Tevergeefs. De ‘VPRO-generatie’ won. En voelt zich nu op haar beurt ‘de beklemde elite’.